Zeven tips voor vroegopsporing bij (kwetsbare) ouderen

woensdag 2 november 2016

  • HANNN
  • Zorg Innovatie Forum

Er zijn de afgelopen jaren verschillende initiatieven in gang gezet om ouderen die risico lopen om kwetsbaar te worden proactief op te sporen. De gedachte is dat vroegtijdige inzet problemen kan oplossen, uitstellen of zelfs voorkomen. Maar, hoe sluit je met vroegopsporing aan bij de wensen van ouderen?

Het RIVM interviewde thuiswonende mensen van 55+ en professionals in de preventieve ouderenzorg. Doel daarvan was om te onderzoeken hoe vroegopsporing beter kan aansluiten bij de wensen van zelfstandig wonende ouderen. Naar aanleiding hiervan kwam het RIVM met onderstaande aanbevelingen.

1. Redeneer vanuit de vraag, niet vanuit het aanbod
Omdat de wensen en behoeften van ouderen divers zijn, is een persoonsgerichte aanpak van belang. Overleg met de oudere en mantelzorger over wat nodig is. De oplossing voor een bepaalde behoefte kan soms liggen in een ander domein. Bij het gesprek is het belangrijk dat er een vertrouwensband is tussen betrokken professionals en/of vrijwilligers enerzijds en ouderen anderzijds.

2. Ga na wat ouderen nog wel kunnen
Wat kunnen ouderen zelf nog? Wat willen ze zelf nog graag doen? Schenk aandacht aan wat ouderen nog wel kunnen. Houd hierbij rekening met hun omgeving (bijvoorbeeld familie, vrienden en buren).

3. Verbeter de informatievoorziening aan ouderen
Ouderen zoeken op diverse plekken informatie over gezondheid en wonen. Niet altijd is de informatievoorziening voor iedereen toegankelijk. Verstrek informatie niet alleen digitaal, maar ook mondeling en bijvoorbeeld via brochures. Besteed ook aandacht aan bewustwording, zodat ze tijdig gaan nadenken over bijvoorbeeld verhuizen of zelf aan vroegopsporing doen.

4. Verken met ouderen de mogelijkheden van informele hulp
Ga in gesprek met ouderen en hun naaste(n): wat kan en wil de oudere zelf? Welke hulpmiddelen zijn eventueel nodig? Wat kunnen mensen uit het informele netwerk doen? En wat kunnen professionals hierin betekenen? In verschillende gemeenten lopen al projecten om vraag en aanbod van informele hulp te stimuleren. 

5. Verbeter samenwerking en afstemming tussen initiatieven voor vroegopsporing
Er zijn veel verschillende initiatieven rond vroegopsporing, waarbij ook diverse zorgverleners, organisaties en vindplaatsen (zoals de kerk, moskee of bibliotheek) een belangrijke rol spelen. Verbeter de afstemming en samenwerking tussen deze instanties. Verbind preventie, zorg en sociaal werk met elkaar en betrek sleutelfiguren bij de vroegopsporing, zoals de huisarts en tweedelijnszorg. Zorg ook dat de betrokken partijen elkaar weten te vinden en van elkaar weten wie wat signaleert.

6. Besteed aandacht aan moeilijk bereikbare groepen
Vergeet niet aandacht te besteden aan ouderen met een lage sociaaleconomische status, oudere migranten, ouderen met een beperkt sociaal netwerk en ouderen die buiten de maatschappij staan door bijvoorbeeld psychische problematiek. Houd rekening met eventuele laaggeletterdheid, culturele verschillen, financiële problemen of zorgmijdend gedrag. Er kan worden samengewerkt met migrantenorganisaties, in de zorg werkzame migranten of vrijwilligers.

7. Een aantal dilemma’s is niet één-twee-drie op te lossen
De gewenste persoonsgerichte en vraaggestuurde aanpak rond vroegopsporing brengt spanning met zich mee. De visie van ouderen en professionals loopt uiteen, ook over wanneer en bij wie het zinvol is om vroegopsporing in te zetten. Wees je bewust van de discrepantie tussen ouderen en professionals. Vroegopsporing blijft maatwerk: kijk per persoon wat de beste oplossing is.

Voor meer informatie en het volledige artikel kunt u hier terecht.