Hoe blijven ouderen actief meedoen?

donderdag 17 november 2016

  • HANNN
  • Zorg Innovatie Forum

Vanuit de Langer Thuis-gedachte is de ondersteuning aan ouderen vooral gericht op zelfredzaamheid. 'Maar,' zegt hoogleraar Anja Machielse, ‘een vitale sociale samenhang in de woongemeenschappen waarin ouderen samenleven is minstens zo betekenisvol.' In het experiment Vitale woongemeenschappen verbindt zij haar wetenschappelijke theorieën aan de dagelijkse praktijk in tien woongemeenschappen.

Dat onderzoek was voor kenniscentrum Platform31 reden voor een interview met Anja Machielse, bijzonder hoogleraar 'Empowerment van kwetsbare ouderen’ aan de Universiteit voor Humanistiek.

Daarin zegt zij onder meer dat uit gesprekken met ouderen blijkt dat de kwaliteit van hun leven niet alleen afhangt van ziekten en beperkingen die hun functioneren belemmeren. 'Veel voorzieningen zijn vooral gericht op praktische hulp, terwijl ouderen het vaak nog belangrijker vinden dat er tijd is voor een kop koffie en een praatje.'

'Opvallend is dat ouderen vaak kiezen voor een woning in een seniorencomplex, omdat ze verwachten op die manier samen te leven met gelijkgestemden.
In werkelijkheid blijkt de onderlinge betrokkenheid in een seniorencomplex helemaal niet zo vanzelfsprekend.

Vroeger probeerden maatschappelijk werkers die sociale samenhang te bevorderen. Tegenwoordig wordt van ouderen verwacht dit zelf te doen. De vraag is of dat ook lukt. We onderzoeken nu in hoeverre de methode Studio Bruis, die het zelforganiserend vermogen van een bewonersgroep centraal stelt, hiervoor een basis kan zijn.'

Wat kunnen professionals bijdragen?

Het experiment gaat dus niet alleen over wat bewoners zelf kunnen en willen. Anja Machielse: 'We willen ook weten welke aanvullende professionele ondersteuning nodig is. Vooralsnog verschilt de ondersteuningsbehoefte sterk per wooncomplex. Bij de een spelen professionals een grote rol bij het versterken van de sociale samenhang tussen de bewoners onderling. Aan de andere kant van het spectrum zien we juist bewoners die alles zelf doen. Wat we nu onderzoeken is onder andere: lukt het bewoners om hun eigen woongemeenschap vitaal te maken en te houden? Lukt het ook om vereenzaamde ouderen bij de sociale activiteiten te betrekken? Welke professionele  ondersteuning is nodig en waarvoor precies? Past die ondersteuning ook in het tijdsbeslag en rolopvatting van professionals?'