"Het hart boeit me"

dinsdag 7 juni 2016

  • HANNN

Hartinfarct en hartfalen voorkomen en meer maatwerk in de behandeling: dat is de missie van interventiecardioloog Pim van der Harst (38), de jongste hoogleraar cardiologie in Nederland. Op 17 mei hield hij zijn oratie.

Een van zijn onderzoeken richt zich op het vroegtijdig opsporen van dichtslibbende bloedbanen in en rond het hart. “Daarvoor hebben we in de patiëntenzorg technieken ontwikkeld die we denken te kunnen gebruiken in de algemene bevolking. Met een slimme combinatie van scans kun je veranderingen in de bloedvaten rond het hart signaleren en ook de werking van de pompfunctie van het hart beoordelen.”

Van der Harst wil weten of een screening van de algemene bevolking zinvol en betaalbaar is. “Kan screening op een toekomstig hartinfarct ervoor zorgen dat hartinfarct en hartfalen significant minder vaak voorkomen? Wordt de zorg er beter en goedkoper van? Dat willen we onderzoeken.” 

Minder sterfte, wel schade

Duizenden Nederlanders melden zich jaarlijks met hart- problemen in het ziekenhuis. Het UMCG alleen al ziet 1000 acute hartinfarcten en daarnaast nog eens 1000 patiënten die er op tijd bij zijn. De sterfte aan hart- en vaatziekten is hoog, maar sterfte door een acuut hartinfarct neemt af door betere behandelingen. “Dat begon jaren geleden met bloedverdunners en dotteren. Nu plaatsen we ook stents, buisjes die de bloedbaan langer open houden en er zijn tegenwoordig ook stents met medicatie en stents die oplosbaar zijn.”

Maar ondanks de sterk verbeterde behandeling richt een hartinfarct toch schade aan, met als gevolg dat de pompfunctie van het hart niet goed meer werkt.

“Vroeger was de afname van knijpkracht van het hart het voornaamste probleem, dat hebben we grotendeels opgelost. Maar het hart moet ook ontspannen om bloed te kunnen ontvangen en als dat niet gebeurt, ontstaat hartfalen. Mensen met hartfalen blijven patiënt, raken soms uit het arbeidsproces, kunnen niet meer functioneren zoals voorheen. Dat betekent niet alleen persoonlijk leed maar ook hoge kosten voor de samenleving.”

Jonge onderzoeker

Van der Harst’s onderzoeksloopbaan begon als tweedejaars geneeskundestudent in Groningen. Tijdens het internationale medische studentencongres – tegenwoordig ISCOMS – probeerde hij voet aan de grond te krijgen. “Bij alle standjes stonden studenten die onderzoek doen, maar die kunnen je niet helpen. Bij de stand van cardiologie stond het enige staflid, dus daar stapte ik op af. Hij trok direct de agenda.”

Gaandeweg werd Van der Harst duidelijk dat hij in de cardiologie helemaal op zijn plek was. 

“Het hart boeit me, het is een overzichtelijk orgaan en daardoor kun je in de diepte gaan.”

Flexibeler behandelen

Op de hartkatheterisatiekamer ziet hij grote verschillen tussen zijn patiënten. “Voor sommigen is het ziekenhuis in, ziekenhuis uit. Anderen herstellen snel. Dat is interessant.”

Hij wil weten waaróm de ene hartpatiënt blijft sukkelen met zijn gezondheid en de ander er snel bovenop komt. Big data, de analyse van enorme hoeveelheden patiëntengegevens, bieden nieuwe mogelijkheden. Ze geven bijvoorbeeld meer zicht op variaties in de genen, die het ontstaan van een hartziekte zouden kunnen verklaren. Van der Harst ziet er veel in.

Hij speurt in de grootschalige Groningse bevolkingsonderzoeken LifeLines en PREVEND, en in andere grote cohorten bijvoorbeeld naar genetische verschillen bij gezonde mensen en hartpatiënten. Opgeteld doen aan die bevolkingsonderzoeken 100 duizenden mensen mee, wat miljoenen data oplevert.

“Ik verwacht dat inzichten uit big data gaan leiden tot nieuwe medicijnen en meer maatwerk in de behandeling van hartinfarct en hartfalen.”​

De wens van de patiënt

Maar maatwerk voor de patiënt zit ‘em ook in de begeleiding en hoe we de zorg organiseren, stelt Van der Harst. “Alles is vastgelegd in afspraken en protocollen, en dat is ook goed want dan gaat er minder mis. Maar er is ook minder flexibiliteit en soms minder aandacht voor de wens van patiënt. Misschien moeten we vaker voor een minder invasieve behandeling kiezen, ook als de resultaten iets minder zijn.”

Hij zet vraagtekens bij de controle na 6 weken, die alle patiënten standaard krijgen. “Ook als er geen complicaties of klachten zijn. Dat knelt soms. Je zou bijvoorbeeld via een app na 6 weken en na 3 maanden de patiënt kunnen vragen hoe het gaat en of er behoefte is aan een afspraak op de polikliniek.”

Zonder onderzoek geen patiëntenzorg

“Als hoogleraar ben ik vooral bezig met inzichten die we over 5 jaar nodig hebben en hoe we daar nu op kunnen anticiperen. Dat denken over de toekomst en onderzoekslijnen en – protocollen uitstippelen, daar zit een stukje creativiteit in die ik heel leuk vind.”

“Maar ik ben ook dokter. Ik ben interventiecardioloog en sta een groot deel van mijn tijd in de kliniek. Tijdens het katheteriseren zijn patiënten bij kennis. Ik praat met ze over het leven maar ook over hun klachten en hoe ze hier gekomen zijn. Ik leg uit wat er gebeurt en wat er gedaan is, ook dat is mooi werk. Ik zou geen onderzoek willen doen zonder patiëntenzorg of andersom. Na een dag patiëntenzorg kijk ik weer fris aan tegen mijn onderzoek en vice versa. Ik vind het boeiend dat mijn onderzoek dicht bij mijn patiëntenzorg ligt.”

Pim van der Harst (1977, Wageningen) is wetenschappelijk hoofd van de Hartkatheterisatie in het UMCG en doet onderzoek op het gebied van interventie- en translationele cardiologie. “Interventies, dat zijn ingrepen zoals dotteren of een nieuwe hartklep inbrengen via de lies. Dus niet-chirurgisch en niet medicinaal. Translationeel betekent dat je vindingen uit fundamenteel onderzoek, bijvoorbeeld uit de genetica of dierexperimenten, weet te vertalen naar betere patiëntenzorg. Maar ook de vertaling van inzichten die we opdoen in de kliniek naar de algemene bevolking.”

 

Aandachtsgebieden

Healthy Ageing Network