De ziekte waar niemand over praat

dinsdag 7 juni 2016

  • HANNN

​Een ziekte zo erg... dat niemand er over praat. Onder die noemer startte onlangs de eerste landelijke campagne over de Ziekte van Huntington, een – vooralsnog – ongeneeslijke aandoening met symptomen van Alzheimer, Parkinson en ALS. Het UMCG is een van de expertisecentra in Nederland dat veel patiënten ziet en fundamenteel onderzoek naar de ziekte doet.

Het moet niet makkelijk zijn voor een arts, wekelijks patiënten zien die zo goed als zeker een nare dood tegemoet gaan, en die je niet kunt genezen. Toch doet hoogleraar Berry Kremer, hoofd van de afdeling neurologie van het UMCG, dat met enthousiasme en compassie.

Meer dan dertig jaar geleden raakte hij tijdens zijn opleiding gefascineerd door Huntington, de erfelijke hersenziekte waar in Nederland zo’n 1700 mensen aan lijden. “Het is een bijzondere aandoening”, zegt hij, “met een heel duidelijke oorzaak: een verlengd stukje DNA in één bepaald gen, op de korte arm van chromosoom 4. Hoe langer dat stukje is, hoe eerder de ziekteverschijnselen beginnen.”

Dansachtige bewegingen

De verschijnselen waar hij op doelt, zijn op te delen in drie groepen: onwillekeurige, dansachtige bewegingen, cognitieve problemen (bijvoorbeeld aandachts- en geheugenstoornissen) en psychiatrische klachten (zoals angst, depressie, boosheid en apathie).

“Om nog onduidelijke redenen sterven bepaalde zenuwcellen in de hersenen van Huntington-patiënten geleidelijk af”, vertelt Kremer. “Dat gebeurt niet willekeurig, maar in die delen van de hersenen die belangrijk zijn voor het aansturen van bewegingen en voor verstandelijke vaardigheden. Dat verklaart de verscheidenheid aan en ook de voorspelbaarheid van klachten.”

Volkomen afhankelijk

De ziekte verloopt progressief, en wordt dus steeds erger. Uiteindelijk leidt die tot volkomen afhankelijkheid. Patiënten belanden in hun laatste levensfase dan ook vaak in een verpleeghuis. “Meestal openbaart de aandoening zich tussen het 25ste en het 55ste jaar”, aldus de neuroloog. “Maar 10 procent van de patiënten krijgt de ziekte voor zijn 20ste. De jongste patiënt die ik ooit zag, was 4.”

Nadat de eerste klachten zich voor het eerst hebben geuit, leven patiënten gemiddeld nog vijftien tot twintig jaar. Uiteindelijk overlijden ze niet aan de ziekte zelf, maar aan complicaties daarvan, bijvoorbeeld een longontsteking. Zo’n 1 op de 12 patiënten met de ziekte van Huntington pleegt zelfmoord.

Hoewel Huntington tot op heden niet is te genezen, betekent dat niet dat artsen helemaal niets voor patiënten kunnen doen. Een deel van de verschijnselen is namelijk wel te behandelen. Kremer: “We geven bijvoorbeeld medicijnen tegen de ongecontroleerde bewegingen of tegen de stemmingsproblemen. Verder is de zorg in de vorm van casemanagement voor patiënten én hun naasten de afgelopen jaren heel erg verbeterd. Want familieleden lijden soms nog het meest.”

Klontering van eiwitten

Huntington is een erfelijke aandoening. Dat betekent dat patiënten het afwijkende gen vanaf hun geboorte bij zich dragen. Toch duurt het jaren voordat ze daadwerkelijk ziek worden. Kennelijk is er een mechanisme in het lichaam dat dat lange tijd weet te voorkomen. Dat is precies waar hoogleraar Harrie Kampinga, hoofd van de afdeling celbiologie in het UMCG, onderzoek naar doet.

“Net als bij veel andere hersenziektes, ontstaat er bij Huntington in de hersenen een klontering van bepaalde eiwitten”, zegt hij. “Het lichaam houdt dat proces een hele tijd af, maar door de veroudering begint dat defensiemechanisme kennelijk te haperen, en gaat het fout. We zijn dus op zoek gegaan naar de manier waarop cellen de klontering in ieder geval tijdelijk weten te onderdrukken. Vanuit de gedachte dat als we dat proces begrijpen, we het ontstaan van de ziekteverschijnselen dan misschien nog wel langer kunnen uitstellen.”

Hoopgevend antwoord

In 2010 kwamen Kampinga en zijn onderzoekers een eiwit met de naam DNAJB6 op het spoor, dat de klontering van het Huntington-eiwit bijzonder goed bleek te kunnen afremmen. De afgelopen jaren testten ze in muismodellen of extra toediening van dat beschermende eiwit daadwerkelijk verschil zou kunnen maken. Het hoopgevende antwoord: ja, dat lijkt inderdaad het geval.

Onlangs publiceerden ze de uitkomsten van hun onderzoek. Kampinga: “Als ze een beetje extra DNAJB6 hadden, ontwikkelden de muizen met Huntington gemiddeld 20 procent later klachten. Vertaald naar mensenjaren: als een patiënt normaliter op z’n 40ste de eerste ziekteverschijnselen zou krijgen, zou dat met extra beschermend eiwit acht jaar later zijn.”

Hij haast zich te zeggen dat dit nog wel – verre – toekomstmuziek is. “Vooralsnog hebben we alleen op dieren getest, en met een methode die bij mensen niet toepasbaar is. Het gaat jaren duren voordat we dit op een effectieve en veilige manier bij mensen kunnen proberen. En dan nog is het de vraag of het dan dezelfde, positieve resultaten oplevert.”

Fantasy en science fiction in één

Maar toch, het is een aanknopingspunt, beaamt Kampinga. De volgende stap is om te kijken hoe ze het DNAJB6-eiwit het beste kunnen inzetten. Moeten ze er extra van geven, of kunnen ze het beschermende eiwit dat van nature al in het lichaam zit, stimuleren om zijn werk nog beter te doen?

Er is nog een derde mogelijkheid, waar Kampinga op de (heel) lange duur misschien wel het meeste van verwacht. Hij en zijn mensen hebben namelijk ontdekt wat precies het werkzame onderdeel is van het DNAJB6-eiwit. Als ze dat kunnen isoleren en bijvoorbeeld in een medicijn kunnen ‘verpakken’, kan het mogelijk nog gerichter – en vroeger in het ziekteproces – zijn werk doen. “Maar dat is fantasy en science fiction in één”, besluit hij. “Vooralsnog kunnen we alleen maar hopen dat zoiets in de toekomst echt mogelijk wordt.”

Het Campagneteam Huntington is een landelijke campagne gestart om de bekendheid van de ziekte van Huntington te vergroten en om geld in te zamelen om fundamenteel wetenschappelijk onderzoek te financieren dat tot een genezende therapie voor de ziekte van Huntington moet leiden. Meer informatie lees je op de campagnesite 

Lees meer over de behandeling van Huntington in het UMCG

Aandachtsgebieden

Healthy Ageing Network